JAN MANKES
<terug
Hollands meest verstilde schilder: deze bondige karakterisering van Jan
Mankes als kunstenaar werd voor het eerst gebruikt door Richard Roland Holst in
1923 en geeft de kern van zijn werk weer.
Mankes oeuvre wordt gekenmerkt door een grote liefde voor de natuur
en een bijzondere aandacht voor het detail.
In zijn korte, maar productieve kunstenaarsleven heeft hij zijn gevoel voor de
flora en fauna van zijn omgeving trefzeker verbeeld. De stilte in zijn werk uit
zich vooral in zijn zuivere, ingehouden kleurgebruik en de evenwichtigheid van
zijn composities.
Het oeuvre is bescheiden van omvang en omvat ongeveer tweehonderd
schilderijen, een vijtigtal prenten en ruim honderdtwintig schetsen en
tekeningen.
Jan Mankes werd in 1889 geboren in Meppel. Al gedurende zijn jeugd was tekenen
zijn favoriete bezigheid en had hij grote belangstelling voor de levende
natuur, met name voor vogels. Doordat hij slechte ogen had en door de
ongeinspireerde wijze van lesgeven verliet hij al vroeg de school om te gaan
werken. In 1904 werd zijn vader overgeplaatst naar Delft. Hier werd Jan
aangenomen als leerling in de glasschilderfabriek 't Prinsenhof van
J.L.Schouten. Hij kreeg 's avonds tekenles van zijn collega H.Veldhuis
(1878-1954) en hij volgde een cursus decoratief tekenen aan de Academie voor
Beeldende Kunst in Den Haag.
Toen hij op een keer met wat werkjes naar
zijn stadsgenoot Antoon Derkzen van Angeren stapte, raadde deze hem aan voor
zich zelf te beginnen. Kort daarop toog hij met 10 schilderijtjes naar Den
Haag, waar de kunsthandelaar Schregel alle werkjes van hem kocht.
In 1909 werd
zijn vader gepensioneerd en verhuisde het gezin naar De Knijpe bij Heerenveen,
de geboortestreek van vader. Door het landelijke karakter van de omgeving, was
Jan hier erg in zijn schik. Kort daarop leerde hij twee mannen kennen, die erg
belangrijk voor hem zouden worden. Allereerst de kunsthandelaar J.C.Schüller
(1871-1915), die zonder dat er sprake was van een contract tot aan zijn dood
alle werken van Jan zou kopen. Via Schüller leerde hij ook de sigarenhandelaar
A.A.M.Pauwels kennen (1875-1952). Pauwels werd zijn maecenas en zou hem steeds
van materiaal voor het schilderen voorzien. Ook voerden de twee een levendige
briefwisseling. In 1912 organiseert Schüller een grote tentoonstelling van zijn
werk in de Larensche Kunsthandel te Amsterdam. Deze tentoonstelling wordt een
groot succes. Kort daarop krijgt Jan Mankes van Pauwels een etspers. Hij had
inmiddels al een paar etsjes gemaakt, die hij afdrukte met de wasmangel van
zijn moeder. In 1913 begint hij ook houtsneden te maken. In dat jaar leert hij
ook Annie Zernike kennen. Annie was de eerste vrouwelijke predikant van
Nederland en was beroepen in het kerkje in Boven Knijpe, waar Jan wel eens ter
kerke ging. In 1915 trouwen ze met elkaar en gaan ze in Den Haag wonen. Dit
omdat Jan ernaar verlangt de wijdsheid van de zee als inspiratiebron te
gebruiken. Korte tijd daarop wordt bij Jan tuberculose geconstateerd en omdat
de zeelucht deze ziekte verergerde verhuist het stel in 1916 naar Eerbeek op de
Veluwe. Hier wordt in 1918 hun enige zoon Beint (genoemd naar Jan's vader)
geboren. In 1919 gaat Jan voor een paar maanden naar Nunspeet in de hoop daar
verlichting te vinden voor zijn ziekte. Begin 1920 keert hij terug naar
Eerbeek, hij is dan nog nauwelijks in staat te lopen. In de nacht van 23 april
overlijdt hij.
Zie voor meer informatie:
https://www.mankes.nl